Direct naar inhoud

Cases: Wanneer taalles niet als les voelt

Een jongen wil iets vragen aan een van de begeleiders. Hij spreekt nog niet zo goed Nederlands en kijkt daarom eerst naar zijn zus. Zij kan voor hem vertalen, maar doet dat bewust niet. “Vraag het zelf maar”, moedigt ze hem aan. En dus probeert hij het.

Het is een klein moment tijdens het Multi-Language Summer Camp in Oegstgeest. Maar wel een moment dat precies laat zien waar het om draait. Kinderen laten bewegen, spelen en plezier maken, terwijl ze ondertussen op een laagdrempelige manier oefenen met de Nederlandse taal. Niet vanuit een boek of klaslokaal, maar tijdens sport en spel.

Het camp op de COA-locatie in Oegstgeest is het resultaat van een tweejarig Europees samenwerkingsproject met partners uit zes verschillende Europese landen. Wat begon met kennis delen en methodieken ontwikkelen, wordt nu toegepast in de praktijk. En daar blijft het niet bij. We onderzoeken hoe we deze aanpak kunnen laten uitgroeien tot een duurzaam aanbod voor andere opvanglocaties.

Van samen leren naar lokaal doen

Binnen het Europese project werken zes organisaties samen aan dezelfde vraag: hoe kun je sport en spel inzetten voor kinderen die de lokale taal nog niet goed spreken en voor wie deelname aan een zomerkamp niet vanzelfsprekend is?

Regelmatig kwamen professionals uit verschillende landen samen om daarvoor methodieken te ontwikkelen. Ze ervoeren er onder andere zelf hoe het is om een spel te moeten begrijpen in een taal die je niet spreekt. Maar kennis ontwikkelen is slechts de eerste stap.

“In zo’n Europees project bouw je eerst internationaal iets met elkaar op”, vertelt Lauren, strategisch adviseur. “Daarna breng je die kennis terug naar je eigen land en ga je lokaal uitvoeren.”

Voor Nederland werd dat Oegstgeest. Een bewuste keuze. We wilden juist kinderen bereiken voor wie een zomerkamp of vakantie niet vanzelfsprekend is en die baat hebben bij extra contact met de Nederlandse taal. De pilot vond daarom plaats op een COA-locatie waar we al langer sportactiviteiten organiseren.

Multi Language Summer Camp

Even gewoon kind zijn

Tijdens deze middagen stond de locatie in het teken van bewegen en spelen. Kinderen van ongeveer vier tot twaalf jaar deden mee, met onder andere Arabische, Turkse, Koerdische, Somalische, Eritrese, Afghaanse en Soedanese achtergronden. Voor deze kinderen is een activiteit als deze meer dan een manier om de zomervakantie te vullen. Sommigen spreken nog nauwelijks Nederlands. Daarnaast zag Lauren tijdens het kamp hoe kinderen soms al op jonge leeftijd verantwoordelijkheden dragen binnen hun gezin.

“Je wilt structuur bieden, maar tegelijkertijd wil je dat ze vrij kunnen spelen”, vertelt Lauren. “Ze zijn niet zo heel vaak gewoon kind. Die balans vind ik heel belangrijk.”

Sport en spel vormen daarbij een taal die kinderen al snel begrijpen, ook wanneer woorden nog lastig zijn. Een bal overgooien, samen rennen of proberen te scoren vraagt geen uitgebreide Nederlandse woordenschat om te kunnen beginnen. En zodra een kind eenmaal meedoet, ontstaat vanzelf ruimte om taal toe te voegen.

Nederlands leren zonder het door te hebben

Taal werd tijdens het kamp dan ook niet als apart lesonderdeel aangeboden. Het zat verweven in de activiteiten. Bij vier-op-een-rij oefenden de jongste kinderen bijvoorbeeld met kleuren en cijfers. Bij een balspel moest een team tien keer overspelen voordat er gescoord mocht worden. Terwijl de bal van kind naar kind ging, telde de groep mee: één, twee, drie… Bij basketbal werden kleuren aan opdrachten gekoppeld. En gedurende de middag hoorden de kinderen steeds opnieuw eenvoudige Nederlandse instructies. Volgens Tim Vreeswijk, teammanager van Sportief Onderwijs, zit juist daarin de kracht.

“Op school krijg je een cijfer voor wat je doet. Hier maakt het niet uit als je een fout maakt. Je bent aan het spelen en ondertussen probeer je Nederlands te praten.”

Dat haalt de druk van het leren af. Het doel is niet dat een kind na drie dagen ineens vloeiend Nederlands spreekt. Wel dat kinderen de taal blijven horen en gebruiken, woorden durven uitspreken en positieve ervaringen opdoen met Nederlands spreken. Zo lopen zij gedurende de vakantieperiode geen grotere achterstand op. Het moment waarop het jongetje zonder hulp van zijn zus zijn vraag probeert te stellen, is daar een klein voorbeeld van.

Een aanpak die onderweg blijft groeien

De internationale samenwerking heeft ons aan het denken gezet. Waar we van nature sterk zijn in het aanbieden van sport, zag Lauren bij partners in bijvoorbeeld Polen en Italië dat een zomerkamp breder kan zijn. Daar worden sport en beweging gemakkelijker afgewisseld met creatieve en culturele activiteiten. Dat biedt kansen voor volgende edities. Niet ieder kind wordt immers enthousiast van een middag vol sport. Door ook andere speelse activiteiten toe te voegen, kan een bredere groep kinderen worden bereikt.

De locatie zelf leverde ook een belangrijk inzicht op. Voor deze pilot was het waardevol om het Multi-Language Summer Camp te organiseren op het AZC, omdat de omgeving vertrouwd was en daardoor de drempel om mee te doen laag bleef. Tegelijkertijd is dan het risico dat kinderen gemakkelijk afgeleid raakten door wat er thuis gebeurde. Een volgende stap kan daarom juist zijn om het kamp op een externe locatie te organiseren.

“Dan krijgen kinderen veel meer het gevoel: ik ben echt op kamp”, vertelt Lauren. “Ze zijn even uit hun eigen omgeving en je hebt ze de hele dag bij elkaar.”

De ambitie is bovendien om het aanbod verder uit te bouwen: van losse middagdelen naar een volledige kampweek.

Multi Language Summer Camp

Van Europees project naar blijvende impact

Daarmee komt ook een tweede vraag om de hoek kijken. Want wat gebeurt er wanneer het Europese project eindigt?

Het is absoluut niet de bedoeling dat daarmee ook het Multi-Language Summer Camp stopt. We werken daarom aan de volgende fase: hoe kan de opgedane kennis worden vertaald naar een aanpak die ook na afloop van het project inzetbaar blijft?

Daar komt de kracht van Sportief Onderwijs bij kijken. De organisatie is al actief op opvanglocaties en kan niet alleen de activiteiten uitvoeren, maar ook een groot deel van de organisatie uit handen nemen. Een opvanglocatie krijgt daarmee geen losse verzameling sportactiviteiten, maar een programma waarin bewegen, taal, ontmoeting en plezier bewust bij elkaar worden gebracht.

Het concept kan daarbij worden aangepast aan de locatie, beschikbare ruimte en de grootte en leeftijd van de groep. Zo kan wat binnen een Europees project is ontwikkeld uiteindelijk ook beschikbaar worden voor andere AZC’s en opvanglocaties.

Voor Lauren is juist die continuïteit belangrijk. De Europese projecten leveren veel kennis op, maar de echte waarde ontstaat volgens haar wanneer die kennis daarna niet verdwijnt.

“We hebben expertise en kennis uit meerdere landen samengebracht. Daarmee willen we een locatie ook echt ontlasten. Laat het aan ons over, dan zorgen wij ervoor dat de groep een goede week hebben en een ervaring rijker zijn.”

Wanneer is de impact geslaagd?

Na een paar dagen kun je niet zeggen dat een taalachterstand is weggewerkt. De impact van het Multi-Language Summer Camp zit in kleinere dingen, zoals een Nederlands woord durven gebruiken, begrijpen wat er tijdens een spel van je wordt gevraagd, samen met anderen tot tien tellen en een middag bewegen, lachen en ontdekken.

Dat werd aan het einde van de laatste dag misschien wel het duidelijkst. In enkele dagen hadden kinderen een band opgebouwd met Lauren en de andere begeleiders. Sommigen kinderen kwamen nog een knuffel halen. En toen kwam de vraag:

“Komen jullie morgen weer?”

Daarmee was eigenlijk alles gezegd.

Ook een Multi-Language Summer Camp op jouw locatie?

We denken graag mee over een programma dat past bij jullie doelgroep, locatie en mogelijkheden.